Veelgestelde vragen

Tijdens de gesprekken van ONE-Dyas met belanghebbenden is er een groot aantal vragen gesteld en beantwoord. Deze hebben we hier op een rijtje gezet. Staat uw vraag hier niet bij? Stuurt u dan gerust een e-mail. 
Op de website hoewerktgaswinnen vindt u een begrippenlijst met nadere uitleg over veelgebruikte termen.

Nut en noodzaak van gas

Het platform N05-A wordt het eerste offshore-gasbehandelingsplatform in de Noordzee dat volledig draait op windenergie. Hiervoor wordt een kabel gelegd naar het nabijgelegen Duitse windpark Riffgat. De elektrificatie van platform N05-A met behulp van windenergie betekent een forse verlaging van emissies. De emissie van het productieplatform zal nihil zijn en voor het hele project betekent een reductie van 85 procent. Met deze innovatie wil ONE-Dyas een serieuze bijdrage aan de energietransitie leveren.

Doel van de energietransitie is op den duur over te gaan van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen zoals wind, zon en aardwarmte. Zover is het echter nog niet. In de nabije toekomst blijft aardgas nog nodig. Nederlands aardgas kan ingezet worden om de energietransitie te versnellen. Het kleineveldenbeleid van de Nederlandse overheid is daar ook op gericht.  Nederlands aardgas uit kleine velden verdient de voorkeur boven het importeren van gas uit het buitenland. Het is minder belastend voor het milieu dan geïmporteerd gas, het draagt bij aan de Nederlandse economie en betekent een grotere leveringszekerheid van onze energie.

Zichthinder

Het productieplatform komt op zo’n 20 kilometer uit de kust ten noorden van de eilanden Borkum, Rottumerplaat en Schiermonnikoog. Dit platform zal naar verwachting een hoogte van circa 50 meter boven het wateroppervlak hebben en is circa 30% van de tijd zichtbaar.  De zichtbare omvang is qua grootte vergelijkbaar met de hoogte van passerende schepen.

Boorplatform (6 juli 2017) gezien vanaf Strandpaviljoen de Marlijn, Schiermonnikoog. Dit tijdelijke boorplatform stond op de beoogde platformlocatie en had een hoogte van 138 meter.

ONE-Dyas heeft de zichtbaarheid zo veel mogelijk beperkt door voor het laagst mogelijke platform te kiezen. De beoogde locatie biedt de beste mogelijkheden voor het aanboren van meerdere gasvelden vanaf één productieplatform. Tegelijkertijd zorgt de noordelijke ligging voor een minimale zichtbaarheid vanaf de Nederlandse en Duitse Waddeneilanden.

Impact op natuur en milieu

Het platform N05-A wordt het eerste offshore-gasbehandelingsplatform in de Noordzee dat volledig draait op windenergie. Hiervoor wordt een kabel gelegd naar het nabijgelegen Duitse windpark De elektrificatie van platform N05-A met behulp van windenergie betekent een forse verlaging van uitstoot van methaan, stikstof en CO2 . De emissie van het productieplatform zal nihil zijn en voor het hele project praten we over een reductie van 85 procent.

Bij de boring wordt gebruik gemaakt van boorspoeling. Met deze vloeistof wordt het boorgruis afgevoerd naar de oppervlakte. Daarnaast zorgt de spoeling voor voldoende druk in de put en voor smering van de boorbeitel. Het grootste gedeelte van de put wordt geboord met boorspoeling op waterbasis. Op de Noordzee is het gangbaar om het vrijkomende boorgruis en de boorspoeling op waterbasis op zee te lozen. Boorspoeling op oliebasis wordt altijd afgevoerd en op land verwerkt.

Een variant is om boorspoeling op waterbasis met het boorgruis ook af te voeren. Afvoer betekent echter ook dat er een flinke afvalstroom ontstaat: voor alle boringen samen gaat het om een totaal van 16.000 ton. De afvoer hiervan vereist extra transporten op zee en op land en leidt tot energieverbruik en emissies bij het transport en verwerking. Ook neemt het afval ruimte in op een stortplaats op land. Gezien de relatief beperkte gevolgen van lozen voor natuur en milieu en de geringe voordelen van afvoer heeft ONE-Dyas besloten om bij de gangbare werkwijze te blijven en het boorgruis en de boorspoeling op waterbasis te lozen.

In de Natuurtoets zijn de effecten onderzocht.

Aanlegfase

Het heien van de verankeringspalen bij de plaatsing van het productieplatform is de belangrijkste bron van onderwatergeluid. Dit duurt ongeveer twee dagen.

Het heien van de verankeringspalen vraagt om mitigerende maatregelen. Om de effecten van onderwatergeluid op zeedieren te mitigeren wordt er tijdens het heien een bellenscherm rondom het platform aangelegd. Dit levert een aanzienlijke reductie van 7 tot 11 decibel op van het onderwatergeluid. De geluidbelasting blijft daarmee binnen de Nederlandse en Duitse normen. ONE-Dyas houdt de mogelijkheid open om andere geluid reducerende technieken toe te passen, zolang hiermee voldoende decibel gereduceerd kan worden.

Boorfase

De belangrijkste geluidsemissies in de boorfase worden veroorzaakt door het heien van de conductors (maximaal twaalf). Per conductor duurt het heien ongeveer twaalf uur. Na het voltooien van een boring wordt er een VSP-onderzoek uitgevoerd. VSP staat voor Vertical Seismic Profiling. Hiermee worden de doorboorde aardlagen gedetailleerd in kaart gebracht. De geluidsgolven van het VSP-onderzoek (maximaal vijf) zorgen ook voor onderwatergeluid. Elk onderzoek duurt circa één dag. Tijdelijke verstoring van zeezoogdieren door onderwatergeluid wordt zo veel mogelijk voorkomen door de VSP-onderzoeken te starten met een laag bronvermogen om hen voldoende tijd te geven om het gebied te verlaten (een soft start)

Het heien van de conductors en het uitvoeren van een VSP-onderzoek voldoen aan de wettelijke normen.

 

ONE-Dyas wil door procesoptimalisatie het fakkelen tijdens productie tot een absoluut minimum beperken. Ook wil ONE-Dyas het testen van nieuw aangeboorde gasvelden na een boring zoveel mogelijk via het behandelingsproces laten gaan. ONE-Dyas wil het aantal keer en de duur van het fakkelen beperken. Een vogelwachter wordt ingeschakeld om te adviseren over het juiste moment van fakkelen. Fakkelen wordt zo veel mogelijk overdag gedaan.

Door de activiteiten komen verontreinigende stoffen in zee terecht. Deze emissies (lozingen) kunnen effect hebben op de natuur. De emissies naar water doen zich vooral voor tijdens de boor- en productiefase.

In de boorfase zijn dat boorspoeling en boorgruis op waterbasis, in de productiefase het productiewater dat vrijkomt bij de gasbehandeling. In beide fasen wordt het sanitairwater en het regenwater dat van de dekken afspoelt eveneens geloosd in zee. De Mijnbouwregeling stelt regels voor lozing van verontreinigende stoffen op zee, zoals een maximum voor de olieconcentratie in geloosd water. ONE-Dyas en de operator van het boorplatform zorgen dat aan de eisen wordt voldaan.

Geen significante effecten

Vertroebeling en sedimentatie als gevolg van het lozen van boorspoeling en boorgruis kunnen effect hebben op de natuur en zijn onderzocht in de Natuurtoets. Daaruit blijkt dat er geen significante effecten optreden door vertroebeling, omdat het effect gering en tijdelijk is en het gebied van nature dynamisch is. Door sedimentatie van de boorspoeling treden ook geen significante effecten op doordat organismen pas bij 1,5 centimeter last hebben van sedimentatie. Deze dikte wordt niet bereikt.

De grove fractie van boorgruis zal snel sedimenteren. Per boring wordt een maximale laagdikte van circa 23 cm verwacht binnen een straal van 95 meter van het platform. Bij twaalf boringen is de extra sedimentatie binnen een straal van 105 meter rond het platform groter dan anderhalve centimeter, wat betekent dat een gebied van 3,5 hectare (0,006% van de Borkumse Stenen) wordt verstoord. Daarbuiten is geen tot een verwaarloosbaar kleine hoeveelheid extra sedimentatie.

Gaswinning en natuurontwikkeling hoeven elkaar niet uit te sluiten. Vijfhonderd meter rondom een boorplatform mag geen andere activiteit plaatsvinden. Dat betekent bijvoorbeeld geen scheepvaart of (bodemberoerende) visserij. Daardoor kan het mariene leven zich ongestoord ontwikkelen. Het platform zorgt voor hard substraat, waarop flora en fauna (waaronder schelpdieren) zich kunnen ontwikkelen. Samen met natuurorganisaties wil ONE-Dyas een monitoringsvoorstel opstellen voor nieuwe onderzoeken.

Er zijn twee mogelijkheden:

  • suspenderen – het boorgat wordt afgesloten met een afsluiter.
  • abandonneren – het zetten van mechanische en cementpluggen op diverse hoogten in het boorgaat. Vervolgens worden de hulzen en de conductor 6 meter beneden de zeebodem weggesneden en verwijderd.

Na afloop van de winning worden alle boorgaten geabandonneerd. Het platform wordt verwijderd, de verankeringspalen van het platform worden 6 meter beneden de zeebodem weggesneden en verwijderd. Hierdoor kan vistuig er niet achter blijven haken. ONE-Dyas schrijft hiervoor eerst een werkplan dat goedgekeurd moet worden door het Staatstoezicht op de Mijnen. Alles wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat, die in de regel beter zal zijn dan voorheen vanwege de natuurontwikkeling die heeft plaatsgevonden.

Bij de locatiekeuze voor het platform wordt rekening gehouden met ander gebruik. ONE-Dyas is zich bewust van de effecten die het project kan hebben op de omgeving en wil een betrouwbare partner en goede buur zijn. Dat gebeurt o.a. door de activiteiten zo goed mogelijk te laten aansluiten op de (andere activiteiten in de) omgeving. Dit alles op een zo veilig en verantwoord mogelijke manier voor mens en natuur. ONE-Dyas zoekt nadrukkelijk en proactief de dialoog en mogelijke samenwerking met betrokkenen.

Cumulatietoets

Uit het onderzoek in de cumulatietoets blijkt dat er geen sprake is van significante effecten door cumulatie van effecten van de voorgenomen activiteit N05-A met de effecten van de andere activiteiten die (mogelijk) in de toekomst plaatsvinden. Om cumulatieve effecten met toekomstige projecten van ONE-Dyas zelf te voorkomen, waakt ONE-Dyas ervoor dat geen cumulatie van onderwatergeluid  optreedt bij het (gelijktijdig) uitvoeren van de projecten.

Bodemdaling

De beoogde bodemdaling door de gaswinning wordt geschat op minder dan 5 centimeter in het diepste punt van de bodemdalingskom na afloop van de productiefase. TNO en SodM onderschrijven deze berekening en geven aan dat de bodemdalingskom volledig in de Noordzee ligt en dat de bodemdaling geen invloed heeft op de Wadden(eilanden) en het vaste land.

Het beoogde seismisch risico door de gaswinning is voor de gasvelden N05-A en N05-A-Noord verwaarloosbaar, die daarmee in de laagste seismische risicocategorie vallen (SRA Cat. I). TNO en SodM onderschrijven deze beoordeling. Het gasveld Tanzaniet-Oost kent een kans op beven van 19%, maar wordt op basis van een nadere beschouwing gegevens ook ingedeeld in de laagste seismische risicocategorie vallen. Vanwege het lage verwaarloosbare seismische risico en de grote afstand tot de Wadden(eilanden) en het vasteland worden er geen nadelige gevolgen en schades als gevolg van bodemtrilling door deze gaswinning verwacht.

Het beoogde reservoir op een diepte van zo’n 3900-4000m heeft voldoende goede eigenschappen dat een grootschalig fracking project kan worden uitgesloten. De geologische samenstelling in het GEMS-gebied en het reservoir waarin zich gas bevindt bestaat uit goed permeabel zandsteen. Daarom heeft de frackingtechniek geen toegevoegde waarde en ligt toepassing niet voor de hand.

Scheepvaart en aanvaringen

In een zone van 500 meter rondom een platform is scheepvaart verboden. ONE-Dyas voert voor nieuwe en bestaande activiteiten altijd meerdere veiligheidsstudies uit, inclusief een onderzoek naar de risico’s van aanvaring door schepen. Uit het onderzoek van MARIN, dat als bijlage aan het MER is toegevoegd, blijkt dat de kans op een aanvaring met het platform (worst-case-benadering), is berekend op 1 / 273 jaar. Alle platforms zijn uitgerust met een Automatic Identification of Shipping System. (AIS-systeem). Een soort anti-aanvaringssysteem, dat ruim van tevoren alarm slaat bij een naderend schip en dus een mogelijke aanvaring. Het gebruik van AIS reduceert de kans op een aanvaring, die voor het slechtste geval berekend is op eens in de 273 jaar, met nog eens 75%.

 

Het projectgebied ligt in een matig bevaren deel van de Noordzee en wordt ook gebruikt voor scheepvaart en door de visserij. Enkele kilometers ten noorden van de beoogde locatie van het platform bevindt zich de scheepvaartroute Terschelling-Duitse Bocht. In een zone van 500 meter rond de platforms is geen scheepvaart of ander gebruik toegestaan. Dit geeft lokaal beperkingen voor de visserij, de scheepvaart en de recreatie(vaart). Ook het slepen van visnetten over de bodem en in de waterkolom binnen deze veiligheidszone is niet toegestaan. Bij de locatiekeuze voor het platform is rekening gehouden met de scheepvaart en ander gebruik. Het platform wordt voorzien van de vereiste navigatielichten en systemen om aanvaring te voorkomen.